(0)

Selecteer Regio

De beroepsinschakelingstijd (De wachttijd)

Na je inschrijving begint je beroepsinschakelingstijd te lopen. Hoe lang duurt die en welke verplichtingen heb je?


Je hebt je ingeschreven als werkzoekende, je beroepsinschakelingstijd begint te lopen. In deze periode krijg je nog geen uitkering. Die krijg je pas na de beroepsinschakelingstijd.

Onder bepaalde voorwaarden behoud je je recht op kinderbijslag.

Hoe lang?

De beroepsinschakelingstijd duurt 360 kalenderdagen ongeacht je leeftijd.

Werken tijdens de wachttijd mag

Werk je als jobstudent?

Als schoolverlater kan je nog tijdens je laatste vakantie, na het beëindigen van de studies als jobstudent werken.

  • Werk je in juli als jobstudent, dan telt deze periode niet voor je beroepsinschakelingstijd. Gewerkte dagen verlengen of verkorten je beroepsinschakelingstijd niet, in tegenstelling tot vroeger.
  • Werk je in augustus of september als jobstudent? Dan loopt je beroepsinschakelingstijd gewoon door. Met andere woorden blijft deze periode gewoon neutraal voor de beroepsinschakelingstijd. Beter nog : werk je in augustus maar schrijf je je als werkzoekende in september? Dan tellen deze dagen al mee als beroepsinschakelingstijd.

Werk je ná je studies als gewone werknemer?

  • Begin je in juli voltijds te werken dan tellen de gewerkte dagen al mee voor je beroepsinschakelingstijd.
  • Begin je voltijds te werken vanaf augustus dan loopt je beroepsinschakelingstijd gewoon door.
  • Begin je deeltijds te werken, dan moet je zeker ook melden dat je ingeschreven wil blijven als werkzoekende voor een voltijdse job! Ook dit is zeer belangrijk, want anders telt je beroepsinschakelingstijd maar deeltijds!

Nog anders is het wanneer je (onbezoldigde) stage loopt of vrijwilligerswerk verricht in het buitenland. Als die langer dan vier weken duurt, ben je „niet langer beschikbaar voor de arbeidsmarkt?, zoals dat heet, en kan je “beroepsinschakelingstijd” opgeschort worden. Als je kan aantonen dat je buitenlandse avontuur je latere kansen op werk écht vergroot, is het mogelijk dat je wachttijd toch gewoon blijft doorlopen. Reken er echter niet te veel op.


Belangrijke verplichtingen

Je moet dus wachten op je centen, maar daarnaast moet je nog een aantal andere belangrijke zaken doen:

  • Je moet toch nog terug naar school

Het formulier C 109/36-attest dat je gekregen hebt, moet je laten invullen door de directie van je school in het secundair onderwijs (ASO, TSO, BSO, BuSO) of je leersecretaris. Vóór het einde van je beroepsinschakelingstijd moet je dus toch nog eens langs die school.

  • Kinderbijslag blijven krijgen?

De VDAB of ACTIRIS geeft automatisch door aan je kinderbijslagfonds dat je in je beroepsinschakelingstijd bent. Zolang die niet verlopen is en je nog geen 25 jaar jong bent, blijf je kinderbijslag krijgen.

Anders is het als je werk vindt. Je kinderbijslag wordt automatisch opgeschort als je meer dan € 520,08 bruto verdient. Er komt nu immers een ander en beter inkomen in de plaats, je kan op eigen benen staan en bent niet langer „ten laste? van je ouders (financieel dan toch).

Wanneer je terug stopt met werken, moet je je opnieuw aanmelden bij de VDAB of ACTIRIS (met C4). Zo kunnen zij er dan ook terug voor zorgen dat je opnieuw kinderbijslag krijgt. Wanneer je kinderbijslagfonds toch nog om je inschrijvingsbewijs als werkzoekende in de beroepsinschakelingstijd vraagt, stuur je ze best een kopie van je inschrijvingskaart op.

Krijg ik kinderbijslag tijdens de vakantie?

Krijg ik kinderbijslag tijdens de vakantie? Ja, als je max. 240 uren werkt tijdens de maanden juli, augustus en september. Heb je wel meer dan 240 uren gewerkt? In dit geval heb je geen recht meer op kinderbijslag als student. Indien je echter ingeschreven bent als werkzoekende, kan jij wel nog kinderbijslag krijgen als je maandelijkse inkomen niet hoger ligt dan € 520,08 bruto.

  • Blijf beschikbaar

Of „wees paraat?, zouden ze bij de scouts zeggen. Dat wil zeggen dat je in geen geval een dienstbetrekking, een startbaanovereenkomst of een beroepsopleiding zomaar klakkeloos kan weigeren. Men gaat er immers vanuit dat je beschikbaar bent voor de arbeidsmarkt en dat je elk passend aanbod zal aannemen.

Indien de VDAB of ACTIRIS je uitnodigt, ben je verplicht daar steeds op in te gaan. Zij kunnen je ook naar een werkgever sturen. Het is écht wel nodig deze verplichtingen na te komen. Doe je dat niet, dan bestaat de kans dat de dagen voor de weigering of aan de niet-aanbieding niet in aanmerking zullen genomen worden.

Bovendien moet je zelf actief werk zoeken en meewerken aan het individuele inschakelingstraject dat je wordt aangeboden door de VDAB of ACTIRIS. Je wordt pas toegelaten tot het recht op inschakelingsuitkering als het individuele inschakelingsproject positief wordt beoordeeld. 

Dit is een van de domeinen die volop in verandering zijn. De zoveelste staatshervorming, weet je wel. De verhouding tussen federaal (RVA, uitkeringen en C°)  en regionaal (VDAB, arbeidsmarktbeleid en dgl). Ontmoet je hindernissen op dit deel van je pad, informeer dan zeker bij het ABVV naar de meest recente info !

Doe dus geen domme dingen, en reageer op alles wat men je aanbiedt, ook al interesseert het je op het eerste zicht niet.

  • Inschrijven bij het ziekenfonds

Zolang je studeert, ben je tot je 25ste verzekerd door de ziekte- en invaliditeitsverzekering van je ouders. Dat blijft zo tijdens de beroepsinschakelingstijd.

Eenmaal je die doorlopen hebt of werk vindt, moet je jezelf aansluiten bij de mutualiteit (of ziekenkas). Let wel op: je hebt enkel recht op tegemoetkomingen als je voldoende sociale bijdragen hebt betaald. Kantoren van de mutualiteit vind je in het ganse land.

Je gaat dus naar het dichtstbijzijnde kantoor van de socialistische mutualiteit met je SIS-kaart. Hier krijg je een formulier dat je moet laten invullen (door je werkgever als je werkt; door de vakbond als je werkloos bent). Als je een poosje later nog eens in de buurt bent van je kantoor, kan je er een spiksplinternieuw boekje, op jouw naam, gaan afhalen.

  • Inschrijven bij de vakbond

Als je nog geen lid bent van het ABVV, dan schrijf je jezelf best in voor het einde van je beroepsinschakelingstijd.

Het ABVV is immers ook een uitbetalinginstelling, dus een organisatie die jouw werkloosheidsuitkering kan uitbetalen. Je betaalt hiervoor iedere maand lidgeld, maar dat is het zeker waard.

Wat moet je meenemen?

    • je identiteitskaart
    • je inschrijvingskaart van de VDAB
    • het rekeningnummer waarop je uitkering moet gestort worden
    • je formulier C 109/36-attest dat je na de beroepsinschakelingstijd door de directie van je secundaire school (of leersecretaris) hebt laten invullen
    • het formulier C109/36-aanvraag. Ingevuld door jou en de VDAB 
    • het formulier dat je gekregen hebt van de mutualiteit (als je dat nog niet hebt laten invullen)
    • migranten nemen hun verblijfsvergunning en arbeidskaart mee.


Zoek op trefwoord

schoolverlaters wachttijd

Terug Top